Hoererij
Als ondernemer moet je een beetje een slijmbal zijn. Je moet lief zijn voor je klanten, ze het gevoel geven dat je ze waardeert en begrijpt. Als het goed is hoef je natuurlijk niet te doen alsof, dan is dat écht zo. Maar ook als je te maken hebt met personen waarmee het niet vanzelf klikt, zul je je best moeten doen het contact prettig te houden. Tenzij het gaat om partijen waar je niet eens zaken mee wilt doen omdat ze je te erg tegenstaan. Dan kun je zo horkerig zijn als je maar wilt.
Hoe principieel ben ik eigenlijk? Veel minder dan ik dacht.
Ik woonde in Delft onder de rook van Gist Brocades (tegenwoordig DSM). Gist Brocades stonk. Regelmatig belde ik de klachtenlijn met een klacht over de stank (zij noemden het zelf “geur”) van de fabriek. Totdat ik de kans kreeg een lucratieve klus voor ze te doen. Een klus die ik écht niet kon laten schieten, mijn schoorsteen moest immers ook roken… Toen ik Gist Brocades eenmaal onder mijn klanten kon rekenen, stonk het bedrijf opeens veel minder. Het geurde hooguit soms wat sterker dan anders.
Zo heb ik meer dubieuze klussen geklaard voor bedrijven waar ik eigenlijk tegen was en altijd wist ik het goed te praten voor mezelf: “Als ik het niet doe, doet een ander het. Ik mag ze dan onsympathiek vinden, hun euro’s komen mij goed van pas. Zo slecht zijn ze nu ook weer niet…”
Een hoer dus.
Ach nou ja, die moeten er ook zijn. Toch?
Maar nu ben ik toch in ernstige gewetensnood geraakt door een project voor een echt akelig bedrijf. Mij is verzocht om samen met een art director een bedrijfspresentatie te ontwikkelen voor Europa’s grootste kippenslachter. De art director is vegetariër, ik ben gewoon een teerhartige aansteller. Bovendien heb ik thuis ook kippen. Die kijken me natuurlijk nooit meer aan als ik die klus aanneem. Het kippenvermoordbedrijf wil in de bedrijfspresentatie (een film) overkomen als een sympathieke en betrouwbare zakenpartner, voor wie kwaliteit hoog in het vaandel staat.
Ik lees me in en ben verbijsterd door de getallen. Miljoenen kuikens worden dagelijks verwerkt tot “kipproducten”. Een eerste concept komt in me op. Bij een foto van een lief donzig kuikentje de tekst: Há kleintje, hoe heet jij? Kipnugget 889.367 mevrouw!
Wat zal ik doen. Blijf ik “bij mijn gevoel”, of ben ik een goede hoer? Ik trek me even terug in de kippenren voor een besluitvormingsronde.
Dag Pam,
Las je column in Ondernemersbelang en dat was nu eens recht in mijn hart geschreven. Prima verwoord dit Postnataal geblunder: een hoop gesmijt met bla-bla, veel gebakken lucht met lekker belangrijk en altijd veel, heel veel geld over de TNT balk. Jammer, maar zo schijnt het te werken.
March 12th, 2008 at 12:58In ieder geval kwam ik daardoor op jouw site terecht en las ook je column ‘Hoererij’. Moest ik toch ook even op reageren, want wij zijn wel afgehaakt bij een dergelijke kip-in-het-pannetje-producent en dat voelde echt heel goed. Daar kan geen financiële genoegdoening tegenop. Maar als er een paar hongerige spreeuwen thuis over een leeg bord me aan zouden kijken, tja, dan wordt het waarschijnlijk wel een andere zaak. Want zo principieel ben ik helaas ook weer niet.
Leuke columns schrijf jij!